Tagarchief: gitaar

Gitaar stemmen voor gevorderden

Door de eerder besproken gelijkzwevende stemming zijn er altijd wat problemen met stemmingen en moet je vaak compromissen vinden. Doordat een gefrette noot door de de hoogte van de fret net iets verder ingekort wordt dan een open snaar zal een gefrette noot vaak iets te hoog klinken, een open snaar wat lager.

Om daar het beste compromis voor te vinden is het handig je gitaar te stemmen met flageoletten. Dat zijn boventonen op de gitaar. Je dempt zachtjes een snaar vlak boven een bepaalde fret (zonder hem tot tegen de fret te duwen), en slaat ‘m aan. Dit kan exact boven de 5e, 7e en 12e fret. Daar ligt de boventonentheorie aan ten grondslag, die ik buiten beschouwing zal laten.

Speel een flageolet op de 5e fret van de lage E-snaar en speel er één op 7e fret van de A-snaar. Hoe langzamer de trilling, hoe zuiverder, uiteindelijk moet de trilling nihil zijn. Bij elektrische gitaren is erg goed een trilling te horen als ze niet zuiver op elkaar afgestemd zijn. Op de betere akoestische gitaren ook. Hoor je geen trilling? Gebruik dan de eenvoudige stemmethode die ik hier besproken heb.

Hetzelfde kun je een snaar hoger doen en nog een snaar hoger. De open B-snaar moet hetzelfde zijn als de flageolet op de 7e fret van je lage E-snaar. De open hoge E-snaar moet hetzelfde zijn als de flageolet op de 5e fret van je lage E-snaar. Nu is je gitaar zo zuiver mogelijk gestemd.

Door de liggingen van akkoorden en het al dan niet fretten van snaren kunnen er toch onzuiverheden ontstaan, afhankelijk van de toonsoort waar je in speelt. Daarom moet je je gitaar eigenlijk bij ieder stuk opnieuw stemmen, afgestemd op de toonsoort waar je in gaat spelen. Vaak los je het probleem op door de G- en/of B-snaar iets hoger of lager te stemmen. John Fogerty laat gewoon een nieuwe gitaar aanleveren voor ieder nummer, dat kan natuurlijk ook.

Alternatieve stemmingen

Stemmingen zijn vaak erg cultuurgebonden. Toetsen op een (primitieve) xylofoon duiden op een bepaalde stemming. Etnomusicologen schijnen ontdekt te hebben dat Afrika aan Australië vastgelegen moet hebben, doordat ze in beide werelddelen hetzelfde type xylofoon tegenkwamen uit een tijd ver voordat boten waren uitgevonden.

Met de gitaar worden ook veel verschillende stemmingen gehanteerd. Ik bespreek er twee. Jimi Hendrix en Stevie Ray Vaughan stemden hun gitaar een halve noot lager. Dat resulteert in Es, As, Des, Ges, Bes, Es. Zo zitten de snaren losser en kun je ze makkelijk opdrukken of buigen wat in blues continu gebeurt. Het is overigens wel gewoonte om dan dikkere snaren te gebruiken.

Een andere stemming heeft te maken met het spelen met bottleneck of vergelijkbare attributen. Dat is de open G stemming. Je stemt je gitaar dan in D, G, D, G, B, D. Door de E, de A en de andere E-snaar alle drie een hele noot lager te stemmen. Zo speel je met alle open snaren een G-akkoord dat meeschuift met je bottleneck.

Ook de Bonnie Raitt stemming is een goede. Meer daarover en over andere alternatieve stemmingen valt hier te lezen. Als je een alternatieve stemming kiest, zorg dan altijd dat je je snaren lager stemt, anders staan ze te strak.

Alle akkoorden op gitaar

Er bestaan een paar duizend akkoorden op gitaar, die ga ik hier niet allemaal laten zien want dan raakt internet verstopt. Je hebt gezien dat we een octaaf in 12 noten opgedeeld hebben, zo kun je alle noten op je gitaar benoemen. Je telt gewoon door vanaf de open snaar. Een octaaf bestaat altijd uit de noten C, C#, D, D#, E, F, F#, G, G#, A, B en je bent weer bij C.

Je hebt hier de akkoorden voor beginners gezien, die kun je gewoon opschuiven. Als we uitgaan van de akkoorden A en E ontstaan deze barré-akkoorden, waarbij je je wijsvinger plat legt en er aan de achterkant van je hals stevig je duim tegenaan knijpt.

Je zoekt dus de grondtoon van het gewenste akkoord op op de E- of A-snaar en daar speel je je barré-akkoord. Zo kun je ook E7, Emin, A7 en Amin met een barrégreep spelen en opschuiven. Dat is in het begin even doorbijten want je spieren moeten getraind worden. Na een paar weken zul je niet begrijpen dat je er ooit moeite mee had.

Is het te zwaar, dan kun je ook je vingerzetting zo veranderen dat je alleen de bovenste 3 snaren bespeelt.  Ook al sla je met een normaal E akkoord 6 snaren aan, je speelt maar 3 noten: E – G# -B. Als je alleen de bovenste drie snaren aanslaat, speel je die noten ook. Als je met een bassist speelt is dat zelfs gebruikelijk.

Zo kun je ook het D-akkoord opschuiven en sla je in hogere posities de D-snaar niet aan. Het C7-akkoord kun je ook mooi opschuiven, alleen sla je in hogere posities zowel de onderste als de bovenste snaar niet aan.

Probeer altijd akkoorden te zoeken die dicht bij elkaar liggen. Dat klinkt het mooist, akkoorden kunnen dan versmelten in elkaar en je hoeft geen rare sprongen te maken. Als je vastloopt in de theorie dan kan deze site je misschien helpen bij het vinden van akkoorden.

In rock worden vaak power-akkoorden gebruikt, je speelt dan alleen de laagste drie snaren (in toonhoogte) van het E- en A-akkoord. Die kun je ook gewoon opschuiven. Als je alleen de laagste drie snaren speelt is een barré niet nodig.

Improvisatie op gitaar begint bij blues

Waarom begin je met blues? Zoals ik bij de toonladders aangaf is een bluesladder eigenlijk een toonladder met minder noten. Daarom kun je ‘m makkelijker onthouden en kan vooral je gehoor wennen aan hoe bepaalde noten klinken ten opzichte van bepaalde akkoorden.

Een standaard bluesschema bestaat maar uit 3 akkoorden, dat is ook wel zo makkelijk voor beginners. Die 3 akkoorden zijn bovendien de 3 belangrijkste van de 7 die je er hebt in een normale toonladder. Dat zijn namelijk het eerste, vierde en vijfde akkoord van de ladder, je noemt ze ook wel de 1e, 4e en 5e trap (Over trappen later meer). Voor een toonladder van E zijn dat dus E, A en B:

E 1 2 3 4 5 6 7 1
E E F# G# A B C# D# E

Een standaard bluesschema ziet er bijvoorbeeld als volgt uit:

| E E E E    | E E E E   | E E E E | E E E E |

| A A A A | A A A A | E E E E | E E E E |

| B B B B    | A A A A | E E E E | B B B B |

Hier wordt het gespeeld, daar kun je overheen improviseren met onderstaand schema.  De solo speelt de gitarist op de 12e fret (te herkennen aan de dubbele puntjes). Dat is precies een octaaf hoger dan de open snaren waar ik vanuit ga. De oranje noten kun je voor het gemak in het begin het beste even buiten beschouwing laten. De gitarist loopt in het begin gewoon de ladder omhoog en naar beneden en laat vervolgens wat motiefjes zien en horen.

Blues toonladder gitaar

Je ziet en hoort misschien ook dat hij soms tijdens het hele schema hetzelfde motiefje speelt. Dat gebeurt veel in blues en in meer stijlen. Doordat de akkoorden erachter wisselen verandert de klankkleur en dat geeft vaak een goed effect.

 De oranje noot op de G-snaar (4e) kun je ook spelen door de witte noot ervoor te buigen. Je drukt hem omhoog, naar je neus toe. Als je ‘m ver genoeg buigt kun je zelfs de B halen (=open 5e snaar).

De meest klassieke blueslick is misschien wel die, die de gitarist doet op 3:36 doet. Eerst de noot (A) opdrukken, dan de open B-snaar, dan de open E-snaar. De noten uit dit voorbeeld van laag naar hoog:

Als je met gitaarspelen van zinnen maken kunt spreken, dan begint Stevie Ray Vaughan vrijwel iedere zin ermee, zeker zodra hij gaat zingen:

Hij speelt echter niet in de toonsoort E. Wil je wel met profs meespelen, dan kan dat hiermee:

Je zult merken dat er tegenwoordig vaak meer noten gebruikt worden dan de standaard bluesladder. Dat zijn vooral de tertsen van de onderliggende akkoorden, of er worden majeur bluesladders gebruikt. Daarover later meer.

Waar het vooral om gaat is dat je went aan de toonladder. Maak geen rare sprongen, maar loop de toonladder noot voor noot op en af naar noten die goed klinken en probeer die te versieren.

Er zijn vijf patronen van pentatonische ladders, waarmee je de complete hals kunt bespelen. Dit is die van de toonladder Amin (Je kunt ook met bovenstaand E-figuur beginnen in de 5e positie, na de 4e fret):

Met deze Amineur bluesladder kunnen we mooi Crossroads meespelen:

Steve Winwood en Eric Clapton komen 29-5-2010 in het Gelredome. Tickets kun je hier kopen.

Toonladders

De meeste muziekstukken staan in één toonladder (soms wordt er even gewisseld naar een andere, dat wisselen noem je moduleren, een wissel een modulatie). Het mooie daarvan is dat je bij het soleren op vaste motieven terug kunt vallen die altijd goed klinken.
Speel bijvoorbeeld eens de toonladder van A over ‘Here Comes The Sun’, dat overigens halverwege overgaat in een driekwartsmaat tijdens ‘Sun, Sun, Here we come’. Begin op de rode grondtoon, loop de ladder helemaal omhoog en weer terug naar beneden. (d=duim, w=wijsvinger, m=middelvinger, r=ringvinger, p=pink)

Begin bij de gitaar met je pink op de laagste rode grondtoon, loop de ladder helemaal omhoog en helemaal naar beneden, naar de laagste noot (= in dit geval een F#) en loop weer terug naar de rode grondtoon. Je vingers blijven steeds bij dezelfde fret, je moet alleen één keer een zogenaamde stretch met je pink maken op de 3e snaar, zoals je kunt zien:

Doe dat nu eens over deze muziek heen:

Alle standaard majeur en mineur toonladders zien er als volgt uit:

Je kunt natuurlijk voor alle toonladders diagrammen maken voor piano en gitaar, zoals ik bovenin heb gedaan. Dat kan een goede methode zijn om ze te leren. Ook kun je stickers plakken op je gitaar of piano, waarbij je in ieder positie een toonladder aangeeft die bij een favoriet muziekstuk van jou hoort. Een paar voorbeelden:

Borderline in D

Don’t let the sun in C

Dream on in Fmin

Stayin alive in F#min

Bird of paradise in Dmin

I say a little prayer in F#min

Hotel california Bmin

Long and winding road in E♭

While my guitar gently weeps in Amin

Hello goodbye in B

Thrill is gone in Bmin:

‘The thrill is gone’ is een mineur Blues. Een bluesladder wordt ook wel een pentatonische toonladder genoemd. Dat betekent dat de ladders uit vijf tonen bestaan. Dat zijn er 2 minder dan die hierboven. Daardoor zijn ze eenvoudiger te leren. Over bluesschema’s en -toonladders snel meer.

Hartstilstand en muzieknotatie

Je zult je afvragen wat het verband is tussen een hartstilstand en muzieknotatie. Dat verband is niet erg groot, maar je moet toch wat sensationeels maken van misschien wel het saaiste topic van dit blog. Het meeste hartfalen tijdens concerten schijnt voor te komen tijdens een rust in de muziek. Dat is niet tussen twee stukken in, maar ergens midden in een muziekstuk. Althans, dat vertelde de hoogleraar vormleer bij muziekwetenschappen. Hoe je de lengte van noten en rusten noteert zie je hier:

Als je een vierkwartsmaat hebt duurt een hele noot 4 tellen en een kwart noot 1 tel. Per vlaggetje erbij halveert de duur van een noot zoals je kunt zien. De 4 tellen van een vierkwartsmaat worden dus helemaal opgevuld met notatie. Soms zullen de vlaggetjes naar boven staan, soms naar beneden, afhankelijk van hoe hoog ze op de notenbalk staan en welke noten ervoor en erna komen. Terzijde, meestal verandert een akkoord op de eerste tel van de maat.

Aan het begin van de notenbalk, na de sleutel, zie je meestal een breuk staan, twee cijfers boven elkaar. Meest gangbaar zijn 4/4 (de vierkwartsmaat) met op grote achterstand een 6/8 maat en daarna de driekwartsmaat (3/4), die de achterstand nooit meer goed zal maken. Om nog maar te zwijgen van maatsoorten als 5/4 en 7/8. Maatsoorten zal ik later verder bespreken.

Onderstaand voorbeeld heb ik gemaakt om aan te geven dat de piano eigenlijk een product is van de muziektheorie. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de gitaar en vrijwel alle andere instrumenten, die doorgaans dan ook ouder zijn dan de piano. Dan de gangbare notenbalken. Dat zijn:

- de F-sleutel voor de linkerhand van de piano en voor bas(gitaar)

- de G-sleutel voor de rechterhand van de piano en vrijwel alle gangbare instrumenten (met uitzondering van blazers):

We weten natuurlijk dat op de lijnen van de notenbalken de noten genoteerd worden. Voor noten die daarboven of daaronder vallen worden kleine hulplijnen genoteerd. Of bij andere instrumenten dan deze worden er soms andere sleutels gehanteerd die, net zoals je hierboven ziet, een ander bereik/register weergeven.

Zoals je ziet staan er geen lijntjes bij de zwarte toetsen. Daar zijn kruizen en mollen voor uitgevonden. Er wordt dan voor de noot op de balk een # of een♭ genoteerd voor respectievelijk een halve noot hoger of lager, daar schreef ik hier al iets over. Vervolgens blijf je dat doen voor alle noten op die lijn van de notenbalk tot een herstellingsteken volgt

Herstellingsteken:

Vaak staan de kruizen of mollen aan het begin van een muziekstuk. Dat geeft aan in welke toonladder het muziekstuk staat. De toonladder van C is de enige toonladder die geen kruizen of mollen heeft. Niet geheel toevallig bestaat die uit de witte toetsen van de piano. Toonladders zijn erg belangrijk in de muziek, daarover snel meer.

Noten lezen of niet?

Ga je beter spelen als je noten kunt lezen? Zeker niet. Zul je meer repertoire kunnen spelen als je noten kunt lezen? Ja, veel meer. Direct van blad? Ja, maar dat vergt veel training, mede afhankelijk van welk instrument je speelt. Kun je hetzelfde stuk na één keer “van blad” direct zonder bladmuziek spelen? Meestal niet, om iets uit je hoofd te kunnen spelen zul je het vrijwel net zo lang moeten studeren als wanneer je dat doet zonder bladmuziek. Ik zet per instrument wat voors en tegens op een rij en zal notatie inhoudelijk verder bespreken in de volgende post.

Zang

Zingen van schrift is eigenlijk solfège. Solfège is het kunnen horen en zingen van intervallen, de afstand tussen 2 noten. Dat is een vak apart waar ik later verder over zal uitweiden. Solfège kan met alle instrumenten erg goed van pas komen bij het naspelen van muziek. Als je al muziek op gehoor naspeelt ben je er, al dan niet bewust, al mee bezig.

Piano

Zoals ik eerder schreef is de piano uitgevonden toen de muziektheorie volledig ontwikkeld was tot wat het nu is. Een piano komt daarom vrijwel exact overeen met de notatie. Voor pianisten valt noten leren lezen zeker aan te bevelen. Hoewel het niet mee zal vallen om zowel linker- als rechterhand als noten lezen snel onder controle te krijgen. Daarom is het goed om noten lezen te combineren met improvisatie, dan blijft het leuk. Met improvisatie is natuurlijk alles geoorloofd, fouten maken ook.

Gitaar

Als je een gitarist het standaard notenschrift voorlegt kunnen er problemen ontstaan. Er is bijvoorbeeld maar 1 manier om de E van de hoge E-snaar te noteren, terwijl die noot op een gitaar ook op de vier lager liggende snaren te produceren is, probeer maar.

Klassieke gitaristen maken daarom vaak notities in hun bladmuziek. Ze noteren posities (plek van je hand op de hals) en vingerzettingen (1=wijsvinger, 2=middel, 3=ring, 4=pink).

Daarnaast is er voor de gitaar een alternatief schrift ontwikkeld dat niet compleet is en daarom door professionals niet gebruikt wordt. Maar het is erg toegankelijk en handig als je een liedje kent en op zoek bent naar de vingerzettingen ervan. Dat schrift heet tablatures, of tabs, en ziet er  als volgt uit voor bijvoorbeeld een E akkoord:

E———–
B———–
G—-1—–
D—-2—–
A—-2—–
E———–

De cijfers symboliseren welke frets je moet indrukken met je linkerhand. Meestal wordt de tijdsduur van akkoorden of noten niet aangegeven met tabs, daarom is het dus handig de muziek te kennen.

Groot voordeel van tabs is dat ze niet onder het auteursrecht lijken te vallen. Op internet zijn de tabs van vrijwel alle nummers te vinden, google daarvoor simpelweg naam van het nummer + tabs. Meestal moet je wel wat ringtone advertenties wegklikken en soms zijn ze nep.

Als je niet van plan bent noten te leren lezen, zorg dan in ieder geval dat je op den duur de noten van de eerste vijf posities van alle snaren kunt benoemen en de rest vlot daarvan kunt afleiden.

Drums

Voor drums bestaat ook notenschrift, maar dat wordt vrijwel alleen gebruikt in de klassieke muziek.

Blazers

Muziek voor blazers staat vaak in een andere sleutel genoteerd. Het vergt wat inzicht in notatie om samen met een ander soort instrument van dezelfde bladmuziek te spelen. Meestal worden die partijen dan ook apart genoteerd.

Groot probleem van bladmuziek is dat er vaak auteursrecht op rust en dat de prijzen daar blijk van geven. Op internet is het nauwelijks te vinden. Bladmuziek wordt dan ook vaak gekopieerd. Zelf wilde ik altijd graag het Real Book hebben, omdat vrijwel alle jazz standards erin staan, maar het was destijds voor mij onbetaalbaar. Er zijn meerdere versies. Ze lijken tegenwoordig stukken goedkoper te zijn.

Conclusie, van blad leren spelen valt aan te raden, maar is zeker niet noodzakelijk. Het is wel belangrijk om alle mogelijke noten op je instrument te kunnen benoemen. Wel zo handig als je met mensen samen wilt spelen.

Gitaarspelen met plectrum of je vingers?

Simon geeft een duidelijke uitleg (in het Engels) over het gebruik van een plectrum:

Hij geeft aan dat er 2 manieren zijn. Je kunt je plectrum in een hoek houden ten opzichte van de snaren. Of je kunt hem loodrecht houden ten opzichte van de snaren. Hij geeft de voorkeur aan de eerste manier, omdat het geluid dan veel mooier is. Zo heb ik het ook geleerd. De eerste manier is meer een beweging vanuit je vingers, de tweede is er meer één vanuit je pols.

Toch kun je met de tweede techniek sneller spelen. Zoals je Stochelo Rosenberg hier even kunt zien doen. Hij gebruikt verderop beide technieken door elkaar. Hij is dan ook één van de grootste virtuozen ter wereld.

Laat je daardoor niet afschrikken. Vrijwel alle gitaarvirtuozen zijn geneigd hun optredens tot freakshows te maken. Ze streven vaak louter effectbejag na, door steeds hun onnavolgbare techniek te etaleren, en boeten daarmee in aan zeggingskracht. Ze spelen meestal voor kleine zalen. Ik maak wat dat betreft onderdeel uit van het grote publiek dat gecharmeerd is van gitaristen met minder noten en meer zeggingskracht, zoals BB king.

Wat voor een plectrum gebruik je? Dat heeft vooral te maken met de snaren die je op je gitaar hebt. Zijn ze van staal of nylon? Zijn ze dik of dun? Zijn ze normaal gestemd of een halve noot lager dan gebruikelijk? Hoe meer weerstand de snaren geven hoe dunner en zachter doorgaans de plectrums die gebruikt worden. Als je met een plectrum wilt spelen, koop er dan tien (sowieso handig want ze raken makkelijk kwijt) en probeer welke je fijn vindt. Ik had de voorkeur voor deze.

Zelf heb ik namelijk jaren met een plectrum gespeeld, waar ik ooit op aanraden van een leraar mee ben begonnen. Ik speelde toen elektrische gitaar, daarbij is het vrij gebruikelijk. Mark Knopfler daargelaten, hij werd ook daarbij geïnspireerd door de onvolprezen JJ Cale.

Een plectrum heeft een aantal grote nadelen wat mij betreft, namelijk:

1 doordat je een plectrum vast moet houden span je wat spieren in je hand en vingers en kun je deze niet meer volledig vrij bewegen

2 een plectrum is geen onderdeel van je lichaam. Het contact met de snaren zal dus onmogelijk zo direct zijn als wanneer je met je vingers speelt.

3 met een plectrum is het aantal mogelijke rechterhandtechnieken ongeveer te tellen op de vingers daarvan. Dit in tegenstelling tot spelen met die vingers.

Dus, wat ik aan kan raden is, speel zo veel mogelijk met je vingers en probeer zoveel mogelijk technieken. De overstap van vingers naar plectrum is makkelijker dan andersom. Er wordt vaak gezegd dat je sneller kunt spelen met een plectrum, maar dat betwijfel ik. Laat plectrumgitaristen die dat beweren dit maar eens proberen te spelen.

Als je je vingers gebruikt heb je vijf plectrums. Snelheid kun je bovendien verhogen door met je linkerhand hammer-ons en pull-offs te doen. Snelheid wordt vooral gemaakt door een goede coördinatie van linker- en rechterhand. Dat is dus belangrijk om te trainen.

Snelheid ontwikkel je paradoxaal genoeg door juist langzaam op die coördinatie te oefenen. Zodra je stukken volledig beheerst, kun je het tempo gestaag opvoeren.

De meeste rechterhandtechnieken heb ik even op een rijtje gezet. Waar je het beste mee kunt beginnen heb ik hier uitgelegd. Dat zijn de eerste voorbeelden uit dit filmpje.

De latere voorbeelden vergen veel oefening. Ga maar uit van een jaar lang minstens een kwartier per dag op gitaar en verder wanneer mogelijk op je broek. Je kunt eventueel een vouw in je broek maken om een snaar te simuleren. Technieken kun je mooi oefenen als je in de trein zit, voor de TV, of waar dan ook.

Op deze manier zul je de gitaar op den duur kunnen gebruiken als een piano. Je kunt tegelijkertijd melodieën, baslijnen en harmonieën (akkoorden) spelen. Dan laat ik een “golpe” nog buiten beschouwing. Dat is het slaan op de gitaar, wat bij flamenco gebruikelijk is.

Overigens kun je alle rechterhandtechnieken bij alle muziekstijlen toepassen. Op den duur kun je het beste met je nagels spelen, maar dat is een verhaal apart.