Categorie archief: muziek maken

Metronoom blijkt geen perpetuum mobile

Vorige week heb ik een metronoom gekocht. Een analoge, akoestische metronoom. “Tik Tak” doet ie. Kosten 40 euro en dan heb je de goedkope versie. De metronoomverkoper zei dat ie geen batterijen nodig heeft en dat je ‘m niet op hoeft te winden. Hij wist niet wat een perpetuum mobile is. Toen ik hem vroeg waar de energie vandaan komt, zei hij dat die aangevoerd wordt door de pendulebeweging. De draaiknop aan de zijkant zou zijn om de tikker meer naar voren of naar achteren te draaien, wat je natuurlijk doet om een reden die me even ontschoten is. Er zit een sticker op de doos met “no batteries needed” en in de winkel kon ik zo snel niet in de gebruiksaanwijzing vinden dat je ‘m op moet winden. De verkoper meende dat ik intelligent ben omdat ik mij dingen afvraag en liet mij enigszins gedesinteresseerd alleen met de metronoom.

Rond mijn vijfde heb ik mij maandenlang verdiept in het uitvinden van een perpetuum mobile. Meestal vond ik er één uit op zaterdagochtend. Mijn vader was dan vrij en hij is vrij technisch aangelegd. Ik maakte dan een schets en maakte mijn vader wakker om mijn uitvinding aan hem voor te leggen. Gelukkig is mijn vader een erg lieve en geduldige man. Hij zegt wel dat je leven ophoudt zodra je kinderen krijgt. Ik ben hem dan ook enorm dankbaar dat hij zijn leven beëindigd heeft. Voor mijn zus en voor mij.

Voor een perpetuum mobile had ik wel 40 euro voor over.  Bleek zelfs al eeuwen te bestaan, al voor de uitvinding van elektriciteit, wist de verkoper nog te melden. Groot was mijn teleurstelling toen de metronoom er bij thuisgebruik na een minuut mee ophield. Zo is een perpetuum mobile op aarde tot op de dag van vandaag onmogelijk gebleken. Gelukkig bleek de draaiknop aan de zijkant wel degelijk geschikt om de metronoom op te winden dus het euvel was snel verholpen.

“Daar is vast een .app voor #tik #tak” schreef @gorillainthemix mij op Twitter. Dat is zeker waar, maar het maakt toch verschil of je een analoog akoestisch geluid hebt, of dat het via de geluidskaart van je computer over je boxen afgespeeld wordt. Het fijne van een gitaar is bovendien dat ie ieder moment van de dag speelklaar is. Als je vervolgens eerst je versterker, computer en applicatie op moet starten en het volume af moet stellen gaat de spontaniteit er al behoorlijk vanaf. Ondanks dat de metronoom geen perpetuum mobile blijkt ben ik dus toch tevreden met mijn aankoop.

Ik had al jaren een metronoom op mijn verlanglijstje staan en kreeg ooit een digitale metronoom voor mijn verjaardag. “EEEEE, EEEEE” doet ie, voor zover je het geluid van een wekker fonetisch kunt opschrijven. Nou is het met een wekker niet echt fijn funken. Met een klok evenmin. Maar toch ben ik dolenthousiast over de klok, of metronoom. Voorlopig speel ik nauwelijks zonder. Ik ga mijn hele repertoire door en speel alle liedjes langzaam en verzorgd. Vervolgens voer ik het tempo op.

Ik speel al zo’n 25 jaar gitaar en heb een jaar of 3 geleden weer les genomen, om mij in Flamenco te verdiepen en om mijn spel verzorgder te laten worden. De flamenco stukken die ik daar geleerd heb kan ik technisch perfect spelen. Mijn techniek is tegenwoordig vrij behoorlijk. Toch is er zoiets als vingergeheugen waardoor ik de stukken die ik al langer ken nog niet verzorgd genoeg speel. De metronoom is dit aan het oplossen. Ik heb dan ook besloten mij niet te beklagen bij de verkoper.

Advertenties

Een hit produceren

Er zijn fantastische muzikanten die graag een hit zouden hebben, maar er nog nooit één hebben gehad. Zo heb ik een aantal jazzmuzikanten gesproken die niet begrepen dat hun albums niet op de radio gedraaid werden. Op die albums stond dan geen nummer korter dan 5 minuten, geen nummer met vocalen.

Het probleem met jazzmuzikanten is dat ze niet naar de radio luisteren. Singles worden pas hits zodra ze op de radio gedraaid worden. Tip 1 is dan ook; luister naar de radio. Niet naar KinkFM of naar radio6. Kijk naar het luisteronderzoek.

Het gaat dus om zenders als 3FM, radio538 en Qmusic. Als bewezen hit kom je uiteindelijk ook wel op Sky radio terecht.

Nummers die de playlists van die stations halen duren doorgaans tussen de 3 minuten en 3m20s.

Een hit wordt een hit door een “hook”, of meerdere hooks. Een catchphrase. Dat kan in de tekst zijn of in de muziek. Luisteraars moeten een gevoel van opwinding hebben zodra ze het nummer horen, in ieder geval de eerste drie keer.

Ik heb al eerder geschreven dat de meeste hartstilstanden tijdens een klassiek concert voor schijnen te komen tijdens een rust in de muziek. Dat is geen toeval. Je oriënteert je in de muziek op een beat en als die wegvalt wordt je op het verkeerde been gezet. Zo kun je een hook creëren. Zulke hooks worden vaak breaks genoemd.

Een andere muzikale hook kan zijn dat je met de trappen heel erg aanstuurt op een bepaald akkoord en in plaats daarvan eerst een vervangingsakkoord speelt, een voorhouding op de piano. Ook hiermee zet je mensen op het verkeerde been. Als je daarna toch het bewuste akkoord laat volgen zullen mensen dat als een fijn gevoel van thuiskomen ervaren.

Wil je een playlist halen, kom dan niet met vernieuwende muziek. C-mon & Kypski en Radiohead zijn wat mij betreft collectieven die een nieuwe stap hebben gezet in de ontwikkeling van de popmuziek. Ze gaan vaak atonaal (buiten de gangbare toonladders) te werk en weten daarmee spanning en ontspanning op te wekken. Nog afgezien van de vernuftige manier waarop ze electronica gebruiken. De radiomakers weten zich daar geen raad mee. Blijf gewoon bij de theorie van Bach zoals ie al zo’n 400 jaar gehanteerd wordt. Blijf dicht bij de traditionele liedvorm. Veel online muziekdiensten hebben zelfs een algortimefunctie waarmee ze automatisch het refrein kunnen detecteren om de 30sec previews (voorluisterstukjes, zoals bijvoorbeeld op allmusic) te genereren. Als ik me niet vergis gaat dat algoritme ervan uit dat een refrein doorgaans begint op 52 seconden.

Voorzie deze melodieën en harmonieën van een beat zoals dat gebeurt sinds de beatles, of gebruik een drumcomputer. Tip 2; zorg dat het aantal BPM een fractie hoger is dan 120 BPM. Onze hartslag is zo’n 60 BPM en 120 BPM delen we onbewust door 2 zodat we het nog altijd als 60 BPM ervaren. Mellow house was bijvoorbeeld vaak exact 120 BPM. 120 BPM zou je dus kunnen omschrijven als mellow. Om wat meer opwinding te bereiken is het handig iets sneller te gaan. Sommige radiostations hebben dat ook in de gaten en draaien standaard muziek iets sneller af. 538 schijnt dat bijvoorbeeld te doen. Daar moet je rekening mee houden, het moet ook weer niet veel te snel gaan. BPM kun je daarom ongeveer het beste ongeveer tussen de 122 en 124 houden.

Radiostations zenden uit in MP3 formaat, behoorlijk slechte kwaliteit waarbij bepaalde geluiden naar achter gedrukt worden of soms zelfs verloren gaan. Het is een hele kunst om een nummer zo te mixen en te masteren dat dit probleem enigszins gecompenseerd wordt door de originele mix. Laat dit dan ook altijd doen door iemand die daar ervaring mee heeft. Niet voor niets worden van radiosingles vrijwel altijd aparte radiomixen gemaakt (naast de gewone albummix)

Wees verder creatief maar niet te creatief. Als mensen continu op het verkeerde been worden gezet, zoals in Jazz doorgaans gebeurt, raken ze het spoor bijster. 1 hook kan al genoeg zijn in een nummer, 3 zijn er zeker genoeg. Muziek draait om herkenning dus leen vooral bekende stukjes van eerdere hits of klassieke stukken. Bewerk deze zo dat het geen plagiaat is en dat luisteraars toch een gevoel van herkenning blijven houden.

Als je je bewust aan deze tips gaat houden heb je kans dat het gekunsteld gaat klinken. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Gekunstelde nummers zijn kansloos. Zorg dat het simpel blijft. Begin met een liedje bedenken in je hoofd en niet achter een instrument of achter apparatuur. Daarmee zul je in vaste gewoontes vervallen en verleid worden tot te ingewikkelde zaken.

Denk je dat je de hit hebt geproduceerd of een demo waar de profs niet omheen kunnen dan is het nog belangrijk met welke partners je gaat werken voor de marketing ervan. Kijk in de hitlijsten welke maatschappij de meeste hits op zijn naam heeft en ga liefst met hen werken. Zij kunnen bij de radio met de vuist op tafel slaan en hebben “ wisselgeld” zoals dat heet.

Universal en EMI met hun sublabels zijn de onbetwiste nummer 1 en 2. Ga niet zelf lopen leuren bij de radio, dat is onprofessioneel. Je moet “delen om te kunnen vermenigvuldigen”. Wees dan ook bereid een percentage van je inkomsten af te staan, afhankelijk van wat je partner ervoor doet.

Mocht je ondanks deze tips geen succes hebben zet dan een linkje naar je muziek in de comments en ik zal er, eventueel met wat profs, naar luisteren om te zien wat eraan schort!

Contrapunt of een melodie bedenken

Trappen zijn de essentie van de westerse muziek, zo schreef ik eerder. Nauw daarmee in verband staat het contrapunt, counterpoint in het Engels. Het contrapunt in muziek is de relatie tussen de melodielijn en de baslijn.

Hier zijn in de westerse muziek allerlei regels voor. Nu ben je natuurlijk vrij om daarvan af te wijken, maar dat gebeurt eigenlijk uitsluitend in hedendaags klassiek, jazz, wereldmuziek en harde hardrock, zoals death metal. Vrijwel alle popmuziek, soul en R&B blijft doorgaans keurig binnen de lijntjes. Bands als Radiohead en Nirvana uitgezonderd.

Als je de engelse wikipedia pagina leest kom je allerlei regels tegen die al sinds Bach in gebruik zijn. Deze regels zullen hoogstwaarschijnlijk nooit veranderen. Dit is de syntax (voor computerprogrammeurs) van onze taal. Dit begrijpen we. Dit willen we horen. Het is een vicieuze cirkel die het grote publiek niet wil, niet hoeft en niet gaat doorbreken.

Als je veel naar muziek geluisterd hebt zul je bij het bedenken van een melodie automatisch aan de meeste regels voldoen. Een melodie is geen willekeurige aaneenschakeling van noten. Doorgaans is het een toonladder die steeds naar een nieuwe noot loopt. Als je een keer een rare sprong maakt, vang je die meestal op met een kleine of grote secunde. Ik heb me enigszins in jazz verdiept en probeer bij het improviseren als volgt te werk te gaan.

–         speel van tevoren de melodie, de toonladders en de gebroken akkoorden van het stuk

–         de melodie breidt je uit en verlaat je wanneer jouw solo begint

–         de toonladders zijn je houvast, heen en weer lopen over de toonladders is de basis

–         zodra je de belangrijke melodienoten (dus niet de grondtoon en de kwint) van je akkoorden ziet liggen pak je die mee. Dit zijn de noten die je melodie bepalen dus accentueer ze

–         begin in een laag register en ga steeds een positie omhoog. Bouw op naar de hoogste noot. Neem een run die het net niet haalt, nog een keer en kom net iets verder. Begin dan op het laagste punt (alles uit de kast) en loop naar de hoogste noot

–         timing is essentieel en ook het moeilijkste van improviseren. Je kunt een paar belangrijke punten instuderen. Bijvoorbeeld je loopje naar die belangrijke noot

–         Zodra die noot bereikt is bouw je weer af totdat je in het originele thema vervalt.

Liedje voor valentijnsdag

Er wordt vaak gezegd dat je een goed liedje moet kunnen spelen met uitsluitend een akoestische gitaar. Daar ben ik het wel mee eens. Een voorbeeld van een liedje dat op akoestische gitaar goed stand houdt is “I Want You”:

Voor valentijsdag kun je “I Want You” mooi instuderen met de akkoorden die ik hier beschreven heb. Bij bovenstaande liveversie ontbreekt helaas het lieflijke intro in A majeur, dat wel in het akkoorden- en tekstschema staat.

Het F#m akkoord speel je zo:

E: —2——–|
B: —2——–|
G: —2——–|
D: —4——–|
A: —4——–|
E: —2——–|

Als barré-akkoorden nog te zwaar zijn speel dan alleen de 3 lage snaren (in dit geval).

Als je niet kunt zingen is dat geen enkel probleem, dat kan Elvis Costello ook niet. Speel af en toe met flinke accenten, of je nu met akoestische of elektrische gitaar speelt, dat doet Elvis Costello ook. Daarvan gaat het lekker ruig klinken.

Liedvorm

Wonderwall is een voorbeeld van een popliedje met een duidelijke liedvorm. De akkoorden zijn hier goed beschreven en ideaal voor beginners (als je met de plaat mee wilt spelen zet dan een capo op de 2e fret). De opbouw is als volgt:

Couplet

Couplet

Brug

Refrein

Couplet

Brug

Refrein

Refrein

Refrein

Dat wordt ook wel als volgt aangeduid: AABCABCCC

Ieder lieddeel bestaat vaak weer uit een vraag en een antwoord. Of een basismelodie met een open einde en een variatie daarop met een gesloten einde. Zo wordt het B-stukje van het eerste couplet ingezet bij “I don’t believe that anybody”.

Er zijn tientallen variaties. In popmuziek is een brug zeker niet altijd aanwezig. Vrij standaard is dat eerst twee keer het couplet gespeeld wordt. Daarmee wordt het publiek vaak op het verkeerde been gezet. Als het alleen het refrein kan meezingen, doet het dat vaak al na het eerste couplet.

Merk op dat de persoonsvorm verandert bij de brug. De eerste keer van “I” naar “we”, de tweede keer naar “you”. Het is mooi als de muzikale brug ook een tekstuele brug is.

Daar zijn natuurlijk talloze variaties voor te bedenken. Dat wil ik overlaten aan iemand die blogt over teksten schrijven, maar als voorbeeld een liefdesliedje:

– In het refrein bezing je je liefde voor iemand die je mist.

– In de coupletten beschrijf je alle dingen die jullie samen hebben meegemaakt.

– In de brug beschrijf je alle mooie dingen die jullie nog mee zouden kunnen maken.

Of je houdt de brug instrumentaal, zoals Paul Weller doet, de inspirator van Oasis:

Optreden voor beginners: Do’s en Dont’s

DO’s:

• Goed repeteren, zo goed dat je alles volledig beheerst en geen moment van twijfel hebt gedurende een optreden.

• Zorg dat iedereen een setlist heeft en dat ieders partituren en teksten op die volgorde liggen.

• Doe een soundcheck, met alle instrumenten apart en samen. Kijk wat de mixer doet en overleg met hem waarom hij dat doet. Bij de soundcheck kan de zanger(es) op 80% van zijn/haar volume zingen. Niets is erger dan dat de zanger(es) bij een optreden wordt overstemd door de muzikanten.

• Mixen. Er zijn grofweg 2 manieren van mixen. Een open mix, waarbij ieder instrument op een ander volume afgesteld is, zodat je alle instrumenten goed kunt onderscheiden. Of een dichte mix, die “als een bak stront” over je uitgekieperd wordt. Dit is in rock gebruikelijk. Als richtlijn is het goed te zorgen dat drum en zang op elkaar afgestemd worden en dat de rest daaronder blijft qua volume.

• Ga met je gezicht naar het publiek staan of zitten. Dat klinkt als een inkopper, kop ‘m dan ook in. Een piano in een bar staat vaak de verkeerde kant op.

• Doe alsof je de beste muzikant van de wereld bent. Bluf alles bij elkaar. Speel 1 noot en maak er een gebaar bij alsof je een wonder verricht, een tovertruc uithaalt. Lach zoveel mogelijk. Als je doet alsof je goed bent, dan ben je ook goed.

• Luister naar je medemuzikanten en pas daar je spel op aan.

• Oefenen doe je meestal alleen, optreden met meerderen. Je hoeft als je samenspeelt minder te doen dan wanneer je alleen speelt. Blijf bij elkaar uit de buurt. Met eten heb je de beste gastronomische ervaring als al je smaakpapillen getart worden. Zo is het ook met muziek. Als een gitaar akkoorden speelt, lardeert de pianist er noten doorheen. Speelt een piano akkoorden, dan doet de gitarist een groove op 1 snaar, met 1 of twee noten. Een gitarist kan doorgaans weg blijven van zijn laagste drie snaren als hij met een bassist speelt etc. Dus beperk jezelf, speel minder en je krijgt meer. Dat geldt niet in de laatste plaats voor drummers, die eigenlijk continu het basisritme moeten spelen met hoogstens een roffel ter aankondiging van couplet, refrein en brug.

• Denk gezamenlijk na over hoe je eruit ziet en wat je aantrekt.

• Als er een lichtshow is zorg dan dat je een lichtplan hebt dat je afstemt met de lichtman/vrouw.

• Zorg dat er een bandleider is die aangeeft wanneer een nummer ingezet wordt en die iedereen in het gareel houdt.

• Als een nummer niet goed ingezet wordt, stop dan en begin opnieuw. Het is namelijk niet erg dat er fouten gemaakt worden. Integendeel, dat geeft aan dat het echt is en live. Als een heel nummer fout is, door een foute inzet, is dat wel een probleem. Het publiek zal zich afvragen of de band dat zelf dan niet doorheeft.

• Denk na over een spanningsboog. Hoe blijf je het publiek boeien? crescendo’s, tempowisselingen, verschillende maatsoorten, solo’s gedoseerd gebruiken, niewe instrumenten, verschillende bezettingen, publiekspartcipatie, outfits etc.

• Gaat er verder nog iets fout? prima. Spreek het uit tegen het publiek. Herstel het probleem en ga weer verder. In de danscene is het niet ongebruikelijk dat er voor het laatste uurtje plotseling kortsluiting ontstaat. Zogenaamd. Erg goed voor de spanning!

DONT’s

• Op een andere manier met je medemuzikanten communiceren dan elkaar dolenthousiast aankijken. Praat nooit met elkaar tijdens een optreden. Dat geeft aan dat je of slecht voorbereid bent, of met andere dingen bezig bent dan muziekmaken.

• Je favoriete nummer spelen, waar je heel hard op geoefend hebt, maar dat het niet haalt bij het origineel.

• Blues spelen met maar 1 schema, een heel optreden lang. Dat is namelijk saai. Als je een bluesband bent zorg dan dat je minstens 5 schema’s speelt gedurende een optreden.

• Je eigen nummers spelen terwijl die nog geen sterke vorm hebben. Muziek draait om herkenning. Publiek zal veel enthousiaster worden als jij een cover op je eigen manier speelt. Coverbands hebben in het clubcircuit veel meer succes dan bands met goede muzikanten en slechte nummers.

Gitaar stemmen voor gevorderden

Door de eerder besproken gelijkzwevende stemming zijn er altijd wat problemen met stemmingen en moet je vaak compromissen vinden. Doordat een gefrette noot door de de hoogte van de fret net iets verder ingekort wordt dan een open snaar zal een gefrette noot vaak iets te hoog klinken, een open snaar wat lager.

Om daar het beste compromis voor te vinden is het handig je gitaar te stemmen met flageoletten. Dat zijn boventonen op de gitaar. Je dempt zachtjes een snaar vlak boven een bepaalde fret (zonder hem tot tegen de fret te duwen), en slaat ‘m aan. Dit kan exact boven de 5e, 7e en 12e fret. Daar ligt de boventonentheorie aan ten grondslag, die ik buiten beschouwing zal laten.

Speel een flageolet op de 5e fret van de lage E-snaar en speel er één op 7e fret van de A-snaar. Hoe langzamer de trilling, hoe zuiverder, uiteindelijk moet de trilling nihil zijn. Bij elektrische gitaren is erg goed een trilling te horen als ze niet zuiver op elkaar afgestemd zijn. Op de betere akoestische gitaren ook. Hoor je geen trilling? Gebruik dan de eenvoudige stemmethode die ik hier besproken heb.

Hetzelfde kun je een snaar hoger doen en nog een snaar hoger. De open B-snaar moet hetzelfde zijn als de flageolet op de 7e fret van je lage E-snaar. De open hoge E-snaar moet hetzelfde zijn als de flageolet op de 5e fret van je lage E-snaar. Nu is je gitaar zo zuiver mogelijk gestemd.

Door de liggingen van akkoorden en het al dan niet fretten van snaren kunnen er toch onzuiverheden ontstaan, afhankelijk van de toonsoort waar je in speelt. Daarom moet je je gitaar eigenlijk bij ieder stuk opnieuw stemmen, afgestemd op de toonsoort waar je in gaat spelen. Vaak los je het probleem op door de G- en/of B-snaar iets hoger of lager te stemmen. John Fogerty laat gewoon een nieuwe gitaar aanleveren voor ieder nummer, dat kan natuurlijk ook.

Alternatieve stemmingen

Stemmingen zijn vaak erg cultuurgebonden. Toetsen op een (primitieve) xylofoon duiden op een bepaalde stemming. Etnomusicologen schijnen ontdekt te hebben dat Afrika aan Australië vastgelegen moet hebben, doordat ze in beide werelddelen hetzelfde type xylofoon tegenkwamen uit een tijd ver voordat boten waren uitgevonden.

Met de gitaar worden ook veel verschillende stemmingen gehanteerd. Ik bespreek er twee. Jimi Hendrix en Stevie Ray Vaughan stemden hun gitaar een halve noot lager. Dat resulteert in Es, As, Des, Ges, Bes, Es. Zo zitten de snaren losser en kun je ze makkelijk opdrukken of buigen wat in blues continu gebeurt. Het is overigens wel gewoonte om dan dikkere snaren te gebruiken.

Een andere stemming heeft te maken met het spelen met bottleneck of vergelijkbare attributen. Dat is de open G stemming. Je stemt je gitaar dan in D, G, D, G, B, D. Door de E, de A en de andere E-snaar alle drie een hele noot lager te stemmen. Zo speel je met alle open snaren een G-akkoord dat meeschuift met je bottleneck.

Ook de Bonnie Raitt stemming is een goede. Meer daarover en over andere alternatieve stemmingen valt hier te lezen. Als je een alternatieve stemming kiest, zorg dan altijd dat je je snaren lager stemt, anders staan ze te strak.