Categorie archief: zang

Optreden voor beginners: Do’s en Dont’s

DO’s:

• Goed repeteren, zo goed dat je alles volledig beheerst en geen moment van twijfel hebt gedurende een optreden.

• Zorg dat iedereen een setlist heeft en dat ieders partituren en teksten op die volgorde liggen.

• Doe een soundcheck, met alle instrumenten apart en samen. Kijk wat de mixer doet en overleg met hem waarom hij dat doet. Bij de soundcheck kan de zanger(es) op 80% van zijn/haar volume zingen. Niets is erger dan dat de zanger(es) bij een optreden wordt overstemd door de muzikanten.

• Mixen. Er zijn grofweg 2 manieren van mixen. Een open mix, waarbij ieder instrument op een ander volume afgesteld is, zodat je alle instrumenten goed kunt onderscheiden. Of een dichte mix, die “als een bak stront” over je uitgekieperd wordt. Dit is in rock gebruikelijk. Als richtlijn is het goed te zorgen dat drum en zang op elkaar afgestemd worden en dat de rest daaronder blijft qua volume.

• Ga met je gezicht naar het publiek staan of zitten. Dat klinkt als een inkopper, kop ‘m dan ook in. Een piano in een bar staat vaak de verkeerde kant op.

• Doe alsof je de beste muzikant van de wereld bent. Bluf alles bij elkaar. Speel 1 noot en maak er een gebaar bij alsof je een wonder verricht, een tovertruc uithaalt. Lach zoveel mogelijk. Als je doet alsof je goed bent, dan ben je ook goed.

• Luister naar je medemuzikanten en pas daar je spel op aan.

• Oefenen doe je meestal alleen, optreden met meerderen. Je hoeft als je samenspeelt minder te doen dan wanneer je alleen speelt. Blijf bij elkaar uit de buurt. Met eten heb je de beste gastronomische ervaring als al je smaakpapillen getart worden. Zo is het ook met muziek. Als een gitaar akkoorden speelt, lardeert de pianist er noten doorheen. Speelt een piano akkoorden, dan doet de gitarist een groove op 1 snaar, met 1 of twee noten. Een gitarist kan doorgaans weg blijven van zijn laagste drie snaren als hij met een bassist speelt etc. Dus beperk jezelf, speel minder en je krijgt meer. Dat geldt niet in de laatste plaats voor drummers, die eigenlijk continu het basisritme moeten spelen met hoogstens een roffel ter aankondiging van couplet, refrein en brug.

• Denk gezamenlijk na over hoe je eruit ziet en wat je aantrekt.

• Als er een lichtshow is zorg dan dat je een lichtplan hebt dat je afstemt met de lichtman/vrouw.

• Zorg dat er een bandleider is die aangeeft wanneer een nummer ingezet wordt en die iedereen in het gareel houdt.

• Als een nummer niet goed ingezet wordt, stop dan en begin opnieuw. Het is namelijk niet erg dat er fouten gemaakt worden. Integendeel, dat geeft aan dat het echt is en live. Als een heel nummer fout is, door een foute inzet, is dat wel een probleem. Het publiek zal zich afvragen of de band dat zelf dan niet doorheeft.

• Denk na over een spanningsboog. Hoe blijf je het publiek boeien? crescendo’s, tempowisselingen, verschillende maatsoorten, solo’s gedoseerd gebruiken, niewe instrumenten, verschillende bezettingen, publiekspartcipatie, outfits etc.

• Gaat er verder nog iets fout? prima. Spreek het uit tegen het publiek. Herstel het probleem en ga weer verder. In de danscene is het niet ongebruikelijk dat er voor het laatste uurtje plotseling kortsluiting ontstaat. Zogenaamd. Erg goed voor de spanning!

DONT’s

• Op een andere manier met je medemuzikanten communiceren dan elkaar dolenthousiast aankijken. Praat nooit met elkaar tijdens een optreden. Dat geeft aan dat je of slecht voorbereid bent, of met andere dingen bezig bent dan muziekmaken.

• Je favoriete nummer spelen, waar je heel hard op geoefend hebt, maar dat het niet haalt bij het origineel.

• Blues spelen met maar 1 schema, een heel optreden lang. Dat is namelijk saai. Als je een bluesband bent zorg dan dat je minstens 5 schema’s speelt gedurende een optreden.

• Je eigen nummers spelen terwijl die nog geen sterke vorm hebben. Muziek draait om herkenning. Publiek zal veel enthousiaster worden als jij een cover op je eigen manier speelt. Coverbands hebben in het clubcircuit veel meer succes dan bands met goede muzikanten en slechte nummers.

Advertenties

Meer toonladders

Je kent nu de majeur toonladders, de natuurlijke mineurladders en de pentatonische varianten daarvan. Door een octaaf op verschillende manieren in te vullen met noten zijn er meerdere varianten mogelijk. Je kunt verschillende toonladders spelen over dezelfde akkoorden. De bekendste die nog niet besproken zijn, zijn de harmonische- en melodische mineurladders en de kerktoonladders.

Bij een natuurlijke mineurladder mis je de terts van de dominant (zo mis je de Gis bij het E akkoord als je in de toonladder van A mineur speelt). Die terts is een erg belangrijke noot want het is een leidtoon die leidt naar de tonica (de grondtoon). De G# van het E-akkoord vraagt om de A. Daarom werden de harmonische en de melodisch mineurladders bedacht.

We jatten wat figuren van Wikipedia en gaan uit van E natuurlijk mineur (let erop dat het kruis bij de F ook geldt voor de F een octaaf lager. De 2e noot die je speelt is dus een Fis):

Music ClefG+1.svgMusic 4e1.svgMusic 4f1.svgMusic 4g1.svgMusic 4a1.svgMusic 4b1.svgMusic 4c2.svgMusic 4d2.svgMusic 4e2.svgMusic End.svg

E harmonisch mineur:

Music ClefG+1.svgMusic 4e1.svgMusic 4f1.svgMusic 4g1.svgMusic 4a1.svgMusic 4b1.svgMusic 4c2.svgMusic 4d2+.svgMusic 4e2.svgMusic End.svg

E melodisch mineur, waarbij er onderscheid wordt gemaakt tussen stijgend en dalend (let weer op de kruizen en herstellingstekens):

Music ClefG+1.svgMusic 4e1.svgMusic 4f1.svgMusic 4g1.svgMusic 4a1.svgMusic 4b1.svgMusic 4c2+.svgMusic 4d2+.svgMusic 4e2.svgMusic 4d2n.svgMusic 4c2n.svgMusic 4b1.svgMusic 4a1.svgMusic 4g1.svgMusic 4f1.svgMusic 4e1.svgMusic End.svg

Voel je vrij om de stijgende ladder ook dalend te gebruiken en vice versa.

Tot slot de kerktoonladders. Je kunt alle onderstaande ladders spelen op de witte toetsen van de piano. Als je een andere toonsoort wilt moet je uiteraard transponeren en wel zwarte toetsen gebruiken:

Ionisch C-D-E-F-G-A-B-C

Dorisch D-E-F-G-A-B-C

Frygisch E-F-G-A-B-C-D-E

Lydisch F-G-A-B-C-D-E-F

Mixolydisch G-A-B-C-D-E-F-G

Aeolisch A-B-C-D-E-F-G-A

Locrisch B-C-D-E-F-G-A-B

De ionische en aeolische ladder ken je als als de toonladder van C en die van A natuurlijk mineur. De mixolydische ladder wordt wel gebruikt ter vervanging van de pentatonische bluesladder. De frygische ladder hoor je veel in flamenco. Verder hoor je de dorische ladder veel en kun je de locrische ladder vergeten.

Een korte post voor iets dat je jarenlang zult moeten studeren als je het goed wilt beheersen. Toonladders zijn goed om vrij te kunnen soleren, om je gehoor te ontwikkelen en om je instrument te verkennen. Speel ze daarom in alle mogelijke toonsoorten en posities.

Transponeren en gebruik van capo

Welke toon je exact hoort of speelt is niet erg interessant. Een losstaande C betekent net zoveel als welke andere losstaande noot dan ook. Het gaat erom welke noten er tegelijkertijd gespeeld worden in het geval van harmonie en welke ervoor en erna gespeeld worden in het geval van melodie.

Je kunt dezelfde melodie op een willekeurige andere hoogte spelen of zingen zonder dat er iets verandert aan de betekenis ervan, dat is transponeren.

Transponeren wordt in de eerste plaats gedaan ten behoeve van de zang. De zang is doorgaans het meest gelimiteerde instrument door het bereik van de zanger(es). Ook gebeurt het vaak voor een blazerssectie, omdat die de voorkeur heeft voor de toonsoorten Bes en Es.

Snaarinstrumenten (niet de piano) lenen zich het beste voor transponeren omdat je exact dezelfde figuren kunt spelen, op een andere plaats. Transponeren met de piano is een behoorlijke klus.

Voor de gitaar is er, zoals ik al eerder schreef, de capo. Met een capo kun je de hals afklemmen. Zo kun je met de basisakkoorden alle mogelijke liedjes spelen en zijn akkoorden als F en C# geen probleem meer. Handig als je zingt en je wilt de gitaar uitsluitend gebruiken om jezelf te begeleiden.

Een gitaar is gestemd in C, alle open snaren zijn noten uit de toonladder C. Stukken in C, G, A mineur en E mineur zijn bij uitstek geschikt voor gitaar. Staat een stuk in C of in G mineur, dan kun je het vaak makkelijker spelen met de capo op de 3e fret. Zo krijg je dezelfde figuren als met A mineur en E mineur, enzovoort.

Stevie Wonderful christmas

Stevie…

…is minstens zo goed als Toots Thielemans, vanaf 1m19s

…is nogal cool:

…is van het niveau Luther Vandross @ 3m20s!

You are the sunshine of my life

…kan zingen

…kan gitaarspelen

…kan jammen

…kan drummen

…kan schrijven

…voor Mariah

…voor Michael Jackson

…voor George Michael and Mary J

…wordt aanbeden door vrouwen:

…is

So

Sir Duke (Ellington) and:

I wish those days could

come back once more

when my only worry

was for christmas what would be my toy

this christmas

What christmas Means to Me

The christmas song

It’s christmas time

…is de wereld

…met Toots after all. Merry Christmas!

Hoe gospel ons leven beïnvloedt

Jeff Buckley, A.J. Croce, Rufus Wainwright, Julian Lennon, Ziggy Marley, Carleen Anderson, Mozart en Bach en vele anderen hebben gemeen dat ze zeer muzikale ouders hadden. Ze kregen muziek met de paplepel ingegoten. Door de culturele diversiteit is dat steeds minder vanzelfsprekend. Met culturele diversiteit bedoel ik in dit geval de ontkerkelijking.

Toch heeft de kerk wat mij betreft meer slecht dan goed gedaan. Vooral de uitspraak “gaat heen en vermenigvuldigt u” kan ik onmogelijk op een milieuvriendelijke manier rijmen met Midas Dekkers’ uitspraak: “Alle productieprocessen zorgen voor CO2 uitstoot”. Ik ben dan ook agnost.

Dat gezegd hebbende, de bijdrage die de kerk heeft geleverd aan de ontwikkeling en cultivering van muziek is ongeëvenaard. Ik heb al aangegeven hoe dat gold voor klassieke muziek, terwijl je je mag afvragen hoe dat was verlopen als de kerk minder actief was geweest met missionariswerk.

In veel afrikaanse landen is ook, vooral door de kolonialisatie, in vrijwel alle melodieën het westerse toonsysteem te horen. Dat in combinatie met de afrikaanse ritmes bracht nieuwe stromingen voort.

De afrikaanse ritmes werden door de slaven meegenomen naar Amerika. Daar leverde de combinatie met westerse kerkelijke gezangen gospel op. Een intelligent man zei ooit dat godsdienst opium voor het volk is. Dat gold zeker ook voor slaven en hun nazaten, die in veel gevallen roomser dan de paus waren en nog steeds zijn. Die intense traditie heeft als structureel positief gevolg dat kinderen al op jonge leeftijd met muziek in aanraking worden gebracht.

Het zingen is iets dat met kerkkoren, met stemmen van alle leeftijden, heel goed getraind wordt. Daarnaast zijn in veel kerken instrumenten aanwezig en wordt daar zelfs les in gegeven, op alle niveaus. Slaven konden niet schrijven en muziekstukken waren dan ook niet nodeloos ingewikkeld. Het ging om een catchphrase en herhaling daarvan, ondersteund met sterke ritmiek. Dat legde de basis voor pop- en soulmuziek.

Vaak worden ze getalenteerde zangers en zangeressen genoemd en dat zijn ze meestal ook. Toch vraag ik me af of het talent dat al die zangers en zangeressen onderscheidt van anderen in hun stem- en zangkwaliteit zit, of in hun uitstraling.

Ga eens naar een gospelconcert, of naar een kerk in de bijlmer. De vocale sublimiteit ligt voor het oprapen. Zangers en zangeressen als Al Green, BB King,  Aretha Franklin, Patti Labelle, Alicia Keys, Solomon Burke, Whitney Houston, Beyonce Knowles en Mavis Staples zijn wat mij betreft de beste onder de levenden. Naast hun afrikaanse roots hebben ze één ding gemeen, de kerk.

Hartstilstand en muzieknotatie

Je zult je afvragen wat het verband is tussen een hartstilstand en muzieknotatie. Dat verband is niet erg groot, maar je moet toch wat sensationeels maken van misschien wel het saaiste topic van dit blog. Het meeste hartfalen tijdens concerten schijnt voor te komen tijdens een rust in de muziek. Dat is niet tussen twee stukken in, maar ergens midden in een muziekstuk. Althans, dat vertelde de hoogleraar vormleer bij muziekwetenschappen. Hoe je de lengte van noten en rusten noteert zie je hier:

Als je een vierkwartsmaat hebt duurt een hele noot 4 tellen en een kwart noot 1 tel. Per vlaggetje erbij halveert de duur van een noot zoals je kunt zien. De 4 tellen van een vierkwartsmaat worden dus helemaal opgevuld met notatie. Soms zullen de vlaggetjes naar boven staan, soms naar beneden, afhankelijk van hoe hoog ze op de notenbalk staan en welke noten ervoor en erna komen. Terzijde, meestal verandert een akkoord op de eerste tel van de maat.

Aan het begin van de notenbalk, na de sleutel, zie je meestal een breuk staan, twee cijfers boven elkaar. Meest gangbaar zijn 4/4 (de vierkwartsmaat) met op grote achterstand een 6/8 maat en daarna de driekwartsmaat (3/4), die de achterstand nooit meer goed zal maken. Om nog maar te zwijgen van maatsoorten als 5/4 en 7/8. Maatsoorten zal ik later verder bespreken.

Onderstaand voorbeeld heb ik gemaakt om aan te geven dat de piano eigenlijk een product is van de muziektheorie. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de gitaar en vrijwel alle andere instrumenten, die doorgaans dan ook ouder zijn dan de piano. Dan de gangbare notenbalken. Dat zijn:

– de F-sleutel voor de linkerhand van de piano en voor bas(gitaar)

– de G-sleutel voor de rechterhand van de piano en vrijwel alle gangbare instrumenten (met uitzondering van blazers):

We weten natuurlijk dat op de lijnen van de notenbalken de noten genoteerd worden. Voor noten die daarboven of daaronder vallen worden kleine hulplijnen genoteerd. Of bij andere instrumenten dan deze worden er soms andere sleutels gehanteerd die, net zoals je hierboven ziet, een ander bereik/register weergeven.

Zoals je ziet staan er geen lijntjes bij de zwarte toetsen. Daar zijn kruizen en mollen voor uitgevonden. Er wordt dan voor de noot op de balk een # of een♭ genoteerd voor respectievelijk een halve noot hoger of lager, daar schreef ik hier al iets over. Vervolgens blijf je dat doen voor alle noten op die lijn van de notenbalk tot een herstellingsteken volgt

Herstellingsteken:

Vaak staan de kruizen of mollen aan het begin van een muziekstuk. Dat geeft aan in welke toonladder het muziekstuk staat. De toonladder van C is de enige toonladder die geen kruizen of mollen heeft. Niet geheel toevallig bestaat die uit de witte toetsen van de piano. Toonladders zijn erg belangrijk in de muziek, daarover snel meer.

Noten lezen of niet?

Ga je beter spelen als je noten kunt lezen? Zeker niet. Zul je meer repertoire kunnen spelen als je noten kunt lezen? Ja, veel meer. Direct van blad? Ja, maar dat vergt veel training, mede afhankelijk van welk instrument je speelt. Kun je hetzelfde stuk na één keer “van blad” direct zonder bladmuziek spelen? Meestal niet, om iets uit je hoofd te kunnen spelen zul je het vrijwel net zo lang moeten studeren als wanneer je dat doet zonder bladmuziek. Ik zet per instrument wat voors en tegens op een rij en zal notatie inhoudelijk verder bespreken in de volgende post.

Zang

Zingen van schrift is eigenlijk solfège. Solfège is het kunnen horen en zingen van intervallen, de afstand tussen 2 noten. Dat is een vak apart waar ik later verder over zal uitweiden. Solfège kan met alle instrumenten erg goed van pas komen bij het naspelen van muziek. Als je al muziek op gehoor naspeelt ben je er, al dan niet bewust, al mee bezig.

Piano

Zoals ik eerder schreef is de piano uitgevonden toen de muziektheorie volledig ontwikkeld was tot wat het nu is. Een piano komt daarom vrijwel exact overeen met de notatie. Voor pianisten valt noten leren lezen zeker aan te bevelen. Hoewel het niet mee zal vallen om zowel linker- als rechterhand als noten lezen snel onder controle te krijgen. Daarom is het goed om noten lezen te combineren met improvisatie, dan blijft het leuk. Met improvisatie is natuurlijk alles geoorloofd, fouten maken ook.

Gitaar

Als je een gitarist het standaard notenschrift voorlegt kunnen er problemen ontstaan. Er is bijvoorbeeld maar 1 manier om de E van de hoge E-snaar te noteren, terwijl die noot op een gitaar ook op de vier lager liggende snaren te produceren is, probeer maar.

Klassieke gitaristen maken daarom vaak notities in hun bladmuziek. Ze noteren posities (plek van je hand op de hals) en vingerzettingen (1=wijsvinger, 2=middel, 3=ring, 4=pink).

Daarnaast is er voor de gitaar een alternatief schrift ontwikkeld dat niet compleet is en daarom door professionals niet gebruikt wordt. Maar het is erg toegankelijk en handig als je een liedje kent en op zoek bent naar de vingerzettingen ervan. Dat schrift heet tablatures, of tabs, en ziet er  als volgt uit voor bijvoorbeeld een E akkoord:

E———–
B———–
G—-1—–
D—-2—–
A—-2—–
E———–

De cijfers symboliseren welke frets je moet indrukken met je linkerhand. Meestal wordt de tijdsduur van akkoorden of noten niet aangegeven met tabs, daarom is het dus handig de muziek te kennen.

Groot voordeel van tabs is dat ze niet onder het auteursrecht lijken te vallen. Op internet zijn de tabs van vrijwel alle nummers te vinden, google daarvoor simpelweg naam van het nummer + tabs. Meestal moet je wel wat ringtone advertenties wegklikken en soms zijn ze nep.

Als je niet van plan bent noten te leren lezen, zorg dan in ieder geval dat je op den duur de noten van de eerste vijf posities van alle snaren kunt benoemen en de rest vlot daarvan kunt afleiden.

Drums

Voor drums bestaat ook notenschrift, maar dat wordt vrijwel alleen gebruikt in de klassieke muziek.

Blazers

Muziek voor blazers staat vaak in een andere sleutel genoteerd. Het vergt wat inzicht in notatie om samen met een ander soort instrument van dezelfde bladmuziek te spelen. Meestal worden die partijen dan ook apart genoteerd.

Groot probleem van bladmuziek is dat er vaak auteursrecht op rust en dat de prijzen daar blijk van geven. Op internet is het nauwelijks te vinden. Bladmuziek wordt dan ook vaak gekopieerd. Zelf wilde ik altijd graag het Real Book hebben, omdat vrijwel alle jazz standards erin staan, maar het was destijds voor mij onbetaalbaar. Er zijn meerdere versies. Ze lijken tegenwoordig stukken goedkoper te zijn.

Conclusie, van blad leren spelen valt aan te raden, maar is zeker niet noodzakelijk. Het is wel belangrijk om alle mogelijke noten op je instrument te kunnen benoemen. Wel zo handig als je met mensen samen wilt spelen.